Zwangerschapsdiscriminatie

Dat een zwangere vrouw niet gediscrimineerd mag worden op het werk of bij het zoeken naar werk, is voor velen een evidentie. We vinden dit zo vanzelfsprekend dat het bijna onwaarschijnlijk lijkt dat zwangerschapsdiscriminatie vandaag nog voorkomt. Nochtans krijgen zeer veel zwangere vrouwen te maken met discriminatie. Uit een recente studie van het Instituut voorde Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (hierna: IGVM) blijkt dat maar liefst 22% van de zwangere vrouwen het slachtoffer wordt van directe discriminatie. Daarnaast ondervindt maar liefst 69% van de zwangere vrouwen indirecte discriminatie (IGVM, 2017).

Directe zwangerschapsdiscriminatie betekent dat iemand omwille van haar zwangerschap minder gunstig wordt behandeld dan anderen die niet zwanger zijn, zoals bijvoorbeeld omwille van de zwangerschap ontslagen worden, benadeling op financieel of carrièrevlak of plots negatiever geëvalueerd worden. Indirecte zwangerschapsdiscriminatie daarentegen komt neer op het niet toepassen van de beschermende wetgeving door de werkgever. Wetgeving die er nochtans op gericht is om zwangere werkneemsters te beschermen en te ondersteunen. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om het ontbreken van een risicoanalyse, een schending van de moederschapsrust, een schending van het recht op borstvoedingspauzes of om onaangepaste arbeidsomstandigheden.

Het feit dat zoveel zwangere vrouwen van daag de dag nog steeds te maken krijgen met directe en/of indirecte discriminatie is schokkend. België beschikt nochtans over goede wetgeving die zwangere vrouwen moet beschermen tegen discriminatie. De wetten zijn zeer duidelijk: elke discriminatie op grond van zwangerschap, bevalling of moederschap binnen het domein van de arbeidsbetrekkingen is verboden. Zwangerschap en moederschap zijn immers beschermde criteria in de Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen van 10 mei 2007 (hierna: Genderwet). Elk direct onderscheid op basis van zwangerschap, bevalling of moederschap wordt gelijkgesteld met genderdiscriminatie (Art 4, §1 Genderwet).

 

Standpunt V&M

Genderdiscriminatie is altijd en binnen elke context onaanvaardbaar. Vrouw & Maatschappij – CD&V politica wil dat vrouwen overal en altijd een volwaardig en gelijkwaardig lid zijn van onze samenleving. En dus ook op de arbeidsmarkt. Zwangerschaps-discriminatie op de werkvloer duwt vrouwen in een ongelijke positie en bestendigt genderongelijkheid op de arbeidsmarkt. Elke studie over de loonkloof toont immers aan dat de verschillen in loon tussen mannen en vrouwen zich pas manifesteren van zodra een vrouw zwanger wordt (Loonkloofrapport, 2017). Het is daarom cruciaal om zwangerschapsdiscriminatie aan te pakken en ervoor te zorgen dat vrouwen en mannen gelijke kansen krijgen op de arbeidsmarkt.

Daarom wil V&M dat er wordt werk gemaakt van:

  • Een sensibiliseringscampagne over de bestaande beschermende en anti-discriminatiewetgeving;
  • Het beter doen naleven van de wetten ter bescherming van zwangere vrouwen, in het bijzonder het maken van de vereiste risicoanalyses;
  • De risicoanalyses transparanter en gebruiksvriendelijker maken voor werkgevers;
  • Een ondersteunend beleid voor zwangere vrouwen die werk zoeken, in het bijzonder voor laagopgeleide vrouwen;
  • Een sensibiliseren rond de rechten die vrouwen hebben op borstvoedingspauzes en -verlof.

 

(Voor meer informatie over discriminatie in het algemeen, zie ons standpunt Genderdiscriminatie. Voor meer informatie over de loonkloof, zie ons standpunt Loonkloof.)