| |
26 juni 2009
De afgelopen Vlaamse verkiezingen betekenden een ware doorbraak voor de
vrouwen in het parlement. De vrouwelijke vertegenwoordiging steeg
– over alle partijgrenzen heen – naar 41%. Bij
CD&V werden 45% vrouwen verkozen. Bepalend daarvoor was dat de
quotawet die stipuleert dat op de eerste twee plaatsen van de lijst een
man en een vrouw moeten staan, nu voor de eerste keer volledig in voege
trad.
Els Van Hoof, algemeen voorzitster van CD&V-Werkgroep Vrouw
& Maatschappij stelt dat de vrouwenbeweging nu niet op haar
lauweren mag rusten. De volgende dagen zijn cruciaal en zullen tonen in
hoeverre de maatschappij en de ‘onderhandelaars’
bereid zijn om een gelijk aantal vrouwen te laten doorstromen naar
topfuncties. Er staan heel wat functies ‘vacant’:
1. De Vlaamse en Brusselse regering worden gevormd en er moet een
parlementsvoorzitter worden aangeduid. Het is uiteraard niet meer dan
logisch dat er een vrouw aantreedt op 50% van de regeringsposten.
Partijen moeten daarvoor kansen geven aan hun topvrouwen.
2.Maar ook op andere fronten is het tijd om naar een meer evenwichtige
verdeling van mannen en vrouwen te gaan. Er is op dit moment maar
één vrouwelijke gouverneur in Vlaanderen.
“Het is dus niet meer dan gepast dat binnenkort de Limburgse
gouverneurssjerp wordt overgedragen aan een vrouw.”
3.Jammer genoeg is het niet zeker dat de afgelopen verkiezingen
werkelijk een keerpunt zijn. De rits op de eerste twee plaatsen is
immers niet verplichtend voor de gemeente- en
provincieraadsverkiezingen. Vrouw & Maatschappij eist daarom
dat de nieuwe regering zeker werk maakt van een aanpassing van de
wetgeving. Temeer omdat Wallonië en Brussel wel al de rits
toepassen op de eerste twee plaatsen voor de lokale verkiezingen.
Vlaanderen kan hier niet achterblijven.
Meer informatie bij Els Van Hoof, algemeen voorzitster Vrouw &
Maatschappij: 0474/52.68.18
|