Deeltijdse arbeid

Op basis van de omvang van de arbeidstijd kunnen er twee soorten arbeidsovereenkomsten worden onderscheiden: arbeidsovereenkomsten gesloten voor voltijdse arbeid en arbeidsovereenkomsten gesloten voor deeltijdse arbeid. Deze deeltijdse arbeid kan georganiseerd worden via een vast of een variabel werkrooster. Het werkrooster bepaalt dan de exacte dagen en uren waarop wordt gewerkt. Bij een vast rooster is er een vast patroon waarbij steeds dezelfde werktijden worden gehanteerd, hetzij op dagelijkse of wekelijkse basis, hetzij over een langere periode. Bij een variabel werkrooster daarentegen zijn de dagen en uren waarop de werknemer arbeid moet verrichten niet vooraf nauwkeurig vastgelegd. Er wordt enkel een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur vastgesteld die moet worden nageleefd gedurende een referentieperiode (maximaal 1 trimester of 13 weken).

Deeltijds werken is echter vooral een vrouwelijk gegeven. Op de Belgische arbeidsmarkt werken 1.068.846 of 27,4% van alle werknemers deeltijds. Wanneer men deze groep opsplitst naar geslacht, dan ziet men dat zo goed als 80% van alle deeltijdswerkers vrouwen zijn tegenover dus 20% mannen. Dit blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Bovendien doen vrouwen aan deeltijds werk doorheen hun hele loopbaan, terwijl mannen vooral aan het einde van hun carrière overstappen op een deeltijds regime. Ook de redenen waarom vrouwen en mannen verkiezen om deeltijds te werken, zijn erg verschillend. Voor 49% van de deeltijds werkende vrouwen is de combinatie arbeid-zorg-gezin de hoofdreden om deeltijds te werken. Bij mannen was dit slechts voor 23% een reden. Een ander cruciaal onderscheid tot slot is ook de verhouding ten opzichte van de voltijds werkenden. Van het totaal aantal vrouwelijke werknemers dat actief is op de Belgische arbeidsmarkt, werkt maar liefst 44% deeltijds (tegenover dus 56% dat voltijds werkt). Bij mannen is de verhouding slechts 9,6% deeltijds versus 90,4% voltijds werkenden.

Dit grote verschil qua arbeidstijd, is meteen een van de belangrijkste factoren die aan de basis liggen voor de loonkloof (voor meer informatie, zie ons standpunt Loonkloof). Wie deeltijds werkt, verdient per maand of per jaar immers minder dan wie voltijds werkt. Maar deeltijds werken heeft ook een negatieve impact op de loonvorming op de lange termijn. Het Loonkloofrapport uit 2017 toont aan dat na verloop van tijd iemand die deeltijds werkt ook minder per uur verdient dan voltijds werkende collega’s. Ten slotte genieten deeltijdwerkers ook minder extralegale voordelen (zoals bijvoorbeeld een aanvullend pensioen, maaltijdcheques, een hospitalisatieverzekering, bedrijfswagen, gsm of laptop … ). Om de loonkloof weg te werken is het met andere woorden cruciaal om de oververtegenwoordiging van vrouwen in het deeltijds regime weg te werken.

 

WET PEETERS

De Wet wendbaar en werkbaar werk, ook wel de Wet Peeters genoemd, heeft enkele wijzigingen aangebracht aan de organisatie van de deeltijdse arbeid, en dan vooral deeltijdse arbeid met een variabel rooster. (Voor meer informatie, zie ons standpunt over de Wet Peeters.) Met deze wet worden een aantal aspecten van de deeltijdse arbeid vereenvoudigd en gemoderniseerd. Door de Wet wendbaar en werkbaar werk is het bijvoorbeeld niet langer verplicht om al de mogelijke werkroosters toe te voegen in een bijlage bij het arbeidsreglement. Opdat de werknemers met een variabel werkrooster toch nog een concreet beeld zouden hebben op hun mogelijk werkrooster, bepaalt de wet dat het arbeidsreglement wel een algemeen kader moet vastleggen voor de variabele roosters. Dit algemeen kader moet aangeven wat het uiterlijke aanvangs- en beëindigingsuur is van de werkdag, welke dagen van de dagen van de week arbeidsprestaties kunnen verricht worden, de minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur en de manier (zoals voortaan bijvoorbeeld via e-mail of via een intranet) en termijn waarbinnen de deeltijdse werknemer in kennis wordt gesteld van zijn werkrooster. Deze kennisgevingstermijn moet minstens vijf werkdagen bedragen. Men kan op ondernemings- of sectorniveau echter afwijken van deze vijfdaagse termijn, maar dan moet de afgesproken termijn voortaan nog steeds minstens één werkdag zijn. Een minimumgrens die in het verleden niet bestond en die geleid heeft tot bijvoorbeeld kennisgevingstermijnen van 12 uur.

 

Standpunt V&M

Voor Vrouw & Maatschappij is het feit dat vrouwen oververtegenwoordigd binnen de deeltijdse arbeid een zeer dubbel. Deeltijdwerkers hebben immers vaak minder goed betaalde banen en lagere functies en zijn bovendien veelal terug te vinden in sectoren met sowieso lagere lonen. Dit heeft een verstrekkende negatieve impact op de financiële onafhankelijkheid, de opbouw van sociale rechten en de verdere carrière van vrouwen.

Hoewel deeltijds willen werken an sich een zeer goede en mooie keuze kan zijn, vindt V&M het toch problematisch dat 44% van alle vrouwelijke werknemers deeltijds aan de slag is. Dit in vergelijking met slechts 10% van de mannen. Vooral het feit dat voor bijna de helft van de deeltijds werkende vrouwen de combinatie-arbeid-zorg-gezin de hoofdreden is om gedeeltelijk uit de arbeidsmarkt te stappen, is onaanvaardbaar. Het kan niet de bedoeling zijn dat vrouwen deeltijds gaan werken en zo zelf het financieel en sociaal risico dragen (door het mindere loon en bijbehorende rechten), terwijl het voorzien in voldoende en betaalbare opvang en een haalbare combinatie arbeid-zorg-gezin een taak is van de overheid.

V&M wil daarom dat er:

  • nog meer wordt geïnvesteerd in betaalbare en toegankelijke kinderopvang;
  • wordt ingezet op werkbaar werk en dan vooral een goede combinatie arbeid-zorg-gezin;
  • blijvend werk wordt gemaakt van het bestrijden van genderstereotypen en de genderongelijke verdeling van zorgtaken binnen het gezin.